Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid*

(Basiskwalificatie Onderwijs/Basiskwalificatie Examinator)

Doelgroep

Opleiders van de Academie die door het Onderwijsmanagement zijn aangewezen of gevraagd om de Basiskwalificatie te behalen.

Opzet van de training

Deze cursus bereidt voor op het behalen van de Basiskwalificatie Onderwijs/Basiskwalificatie Examinator = Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BKO/BKE=BDB).*

Voor hen die uitsluitend een BKE willen behalen, wordt een – nader te bepalen - instructiebijeenkomst aangeboden, waarna een – beperkt – op toetsing gericht portfolio wordt gebouwd.

Individuele begeleiding in voorbereiding op het BKO-assessment in overleg.

Cursusdagen: 7 maandagen 

Data (maandagen)
1. 23/05  11.00-17.00 drs. Hans van der Esch
2. 13/06  15.00-20.00 drs. Hans van der Esch 
3. 20/06  15.00-20.00  dr. Wim Bresser en Charlotte Visch: Humagination didactiek en de modellen van de Academie
4. 26/09  15.00-20.00 drs. Hans van der Esch 
5. 31/10  15.00-20.00 drs. Hans van der Esch 
6. 21/11  15.00-20.00 drs. Hans van der Esch 
7. 19/12  15.00-20.00 drs. Hans van der Esch 
Diner: zelf verzorgen.
 

Te investeren tijd (geschat) 250 uur

Contacttijd cursus:                                       7 x 4,5 uur = 31,5 uur
Voorbereiding en nabereiding 
(incl. toepassen in onderwijscontext)           6 x 4,5 uur = 27 uur
Portfolio voorbereiden:                                                      60 uur
BKO-assessment voorbereiden:                                         6 uur
(Beginnende) docenten:
geven van lessen/onderdelen / divers zelfstudie            125 uur

Resultaat

Enkele concrete leeropbrengsten zijn:
•    Je verwerft inzicht in de principes van activerend onderwijs
•    Je kunt een college, workshop of moduleonderdeel ontwerpen
•    Je krijgt zicht op je sterke en verbeterpunten
•    Je kunt een toets ontwerpen volgens de geldende kwaliteitscriteria
•    Je kunt je onderwijspraktijk evalueren en hierop reflecteren
•    Je deelt kennis en ervaringen met collega-docenten

Inhoud en werkwijze

In deze cursus worden op interactieve en activerende wijze de belangrijkste facetten van de onderwijspraktijk behandeld. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder anderen: activerend onderwijs, collegeontwerp, presentatievaardigheden, toetsconstructie, begeleidingsvaardigheden en evaluatie. 

Nadere inhoudelijke informatie 

Conform het competentiegerichte onderwijsmodel van de Nederlandse Academie voor Psychotherapie staat ook bij het behalen van de BDB-kwalificatie de ontwikkeling en het bewijzen van BDB-competenties centraal. Onderstaand competentieprofiel is leidinggevend bij de opzet van de cursus. Alle genoemde competenties komen in de loop van de cursusdagen in meerdere of mindere mate aan bod, waarbij het accent ligt op de competentiegebieden 2 (ontwikkelen van onderwijs/educatief ontwerpen met aandacht voor ‘constructive allignment’) en 3 (uitvoeren van onderwijs). 
De deelnemers bouwen in de loop van de cursus een uitgebreid BDB-portfolio op, waarin zij beschrijvend en via bijlagen bewijs aanreiken betreffende hun competentie-ontwikkeling. De deelnemers dragen zorg voor authentieke bewijsvoering en tonen in het kader daarvan aan, dat kennis daadwerkelijk en bewijsbaar is toegepast in een onderwijscontext. 360 graden feedback (van leidinggevenden, studenten, mentor, collega’s) is vast onderdeel van de bewijsvoering.

BDB-competentieprofiel

Het basiscompetentieprofiel is analoog aan het profiel van Universiteit in Amsterdam UVA, kent de vijf volgende taakgebieden: 

1. Professionele houding 
2. Ontwerpen van onderwijs 
3. Uitvoeren van onderwijs 
4. Begeleiden van studenten 
5. Ontwikkelen en organiseren van onderwijs
 
1. Professionele houding 
De professionele houding van een docent is de basis voor zijn/haar functioneren als vakspecialist. Een positieve houding ten opzichte van het onderwijs, studenten en collega’s en een groot verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van het eigen functioneren bepalen voor een belangrijk deel de professionele houding. De mate waarin de docent over deze kwaliteiten beschikt, kleurt de manier waarop de docent de inhoudelijke kwaliteiten inzet. 
De professionele houding kenmerkt zich door: 

  • enthousiasme voor het vak 
  • respect, belangstelling en waardering voor de inbreng van de individuele student 
  • tijd maken voor studenten en laagdrempeligheid 
  • gerichtheid op het leerproces van studenten 
  • gerichtheid op het bevorderen van een wetenschappelijk-kritische houding en het probleemoplossend vermogen bij de student 
  • verantwoordelijkheidsgevoel voor het onderwijs en het eigen functioneren 
  • overzicht over het curriculum en de onderwijsorganisatie 
  • goede mondelinge en schriftelijke communicatieve vaardigheid in de gangbare taal 
  • reflectie op het eigen handelen als docent 
  • open staan voor vernieuwingen binnen het academisch onderwijs en de bereidheid zich blijvend te ontwikkelen. 

2. Ontwerpen van onderwijs 
Ontwerpen van onderwijs is een belangrijk taakgebied dat met name bestaat uit het ontwerpen van een krachtige leeromgeving met de daarbij behorende, werkvormen, studeeractiviteiten, leermiddelen, studiematerialen en ICT-toepassingen in het onderwijs. 
De docent is in staat: 

  • de onderwijsvisie van de instelling, opleiding en/of afdeling als uitgangspunt te nemen bij de ontwikkeling van zijn onderwijsonderdeel 
  • de doelstellingen van zijn onderwijsonderdeel te concretiseren binnen het gehele onderwijsprogramma en zijn onderwijs af te stemmen op aanverwante studieonderdelen 
  • onderwijs te (her)ontwerpen dat gestoeld is op recente wetenschappelijke literatuur en voor het vakgebied relevant onderzoek 
  • een krachtige leeromgeving te ontwerpen met effectieve en motiverende werkvormen, leermiddelen,     studiemateriaal, ICT en multimedia 
  • heldere onderwijsdoelen/leerdoelen te formuleren en deze af te stemmen op het niveau waarin het vak aangeboden dient te worden
  • onderwijsdoelen/leerdoelen, werkvormen en toetsen in samenhang te beschouwen en (delen hiervan) te her)ontwerpen 
  • op cursusniveau (delen van) toetsen en beoordelingsinstrumenten te ontwerpen die aansluiten bij het gewenste leerresultaat en voldoen aan de gestelde kwaliteitscriteria 
  • zijn onderwijs bij te stellen op basis van evaluatiegegevens 

3. Uitvoeren van onderwijs 
Na het ontwerp volgt de uitvoering van onderwijs, uiteraard ook een belangrijk taakgebied. Bij de uitvoering van onderwijs spelen vele aspecten een rol. Voor een goede uitvoering van het onderwijsproces zal een docent deze aspecten moeten beheersen. 
De docent is in staat: 

  • in te spelen op de (begin)situatie van studenten en de daarin voorkomende diversiteit 
  • voor het specifieke onderwijs relevante, voor de student motiverende, activerende en onderwijskundig verantwoorde werkvormen en leermiddelen (waaronder ICT) te hanteren 
  • de interactie binnen het groepsproces te begeleiden en te optimaliseren 
  • in te spelen op feedback, de eigen inbreng en interesses van studenten 
  • (tussentijdse) toetsen adequaat van feedback te voorzien en te beoordelen 
  • op heldere wijze te communiceren met studenten 

4. Begeleiden 
Begeleiden van studenten is een vierde belangrijk taakgebied. Het begeleiden van studenten tijdens de studie vindt zowel plaats binnen het (contact)onderwijs als ook daarbuiten. 
Een begeleider stemt zijn begeleidingsstijl af op de student, weet te motiveren en houdt zijn rol als begeleider en beoordelaar in balans. 
De docent is in staat: 

  • verschillende begeleidingsstijlen te hanteren afhankelijk van leerstijl of leerstrategie van de student 
  • individuele studentprojecten, stages, (doctoraal)scripties en onderzoeken te begeleiden en te beoordelen binnen de daarvoor gestelde termijn 
  • studenten constructieve feedback te geven 
  • de individuele student adequaat te adviseren bij zijn studie en indien nodig te interveniëren bij stagnatie 
  • de balans te houden tussen zijn rol als begeleider en beoordelaar

5. Ontwikkelen en organiseren van onderwijs 
De docent maakt deel uit van een organisatie, werkt samen met collega’s en levert een bijdrage aan de ontwikkeling van het onderwijs. 
De docent is in staat: 

  • het eigen werk zo in te richten dat de onderwijstaak op verantwoorde wijze kan worden uitgeoefend 
  • een constructieve bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het onderwijs, deel te nemen aan commissies of werkgroepen, beheer- en bestuurstaken uit te voeren 
  • effectief met collega’s te communiceren 
  • in teamverband te werken 
  • de organisatie van het onderwijs accuraat en tijdig te verzorgen in samenwerking met collega’s, coördinator(en) en ondersteunende diensten

Kosten:

Lessen: 7 lesdagen, geen kosten
Assessment door extern assessmentbureau: nog onbekend, voor eigen rekening
Extra persoonlijke (portfolio)begeleiding:  nog onbekend, voor eigen rekening.

* BDB is de kwalificatie voor universitair- en hbo-docenten.

Zie ook: Hoofdlijnenakkoord Universiteiten

Met o.a.:
"Maatregelen studiesucces: onderwijsintensiteit en docentkwaliteit.
De universiteiten maken afspraken met de staatssecretaris van OCW over de maatregelen die ze nemen om studiesucces te verbeteren en een ambitieuze studiecultuur te realiseren. Daarbij wordt in elk geval aandacht besteed aan onderwijsintensiteit en docentkwaliteit, omdat uit onderzoek blijkt dat deze factoren een belangrijke invloed hebben op studiesucces en onderwijskwaliteit [...] Daarnaast nemen de universiteiten maatregelen om de kwaliteit van docenten verder te verbeteren. Dat moet op stelselniveau leiden tot uitbreiding van het aantal docenten dat beschikt over een basiskwalificatie onderwijs (BKO). De universiteiten zetten stappen zetten om vanaf het studiejaar 2012/13 geleidelijk een Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) in te voeren, om professionalisering van docenten en onderwijskundig leiderschap verder te stimuleren.[...] De basis- en seniorkwalificaties onderwijs voor docenten, die in het wetenschappelijk onderwijs zijn toegepast, worden ook in het hbo geïntroduceerd. "

Nieuwsbrief ontvangen?

Nederlandse Academie
voor Psychotherapie

Andreas Schelfhoutstraat 48
1058 HV Amsterdam
T: 020 - 615 04 94