Het lichaam: een snelweg naar het onbewuste?

Door Renée van Steenderen

Renee


Lichaam en geest
De overtuiging dat lichaam en geest niet onafhankelijk van elkaar functioneren, is zo langzamerhand wel mainstream geworden. Kijk bijvoorbeeld naar het boek ‘sporten voor beginners’ van psychiater Bram Bakker. Een gezonde geest in een gezond lichaam dus.

Maar kan het lichaam ook een rol spelen binnen de psychotherapie? Tenslotte was het Freud al die zei: “het lichaam ís het onbewuste.” … In de integratieve psychotherapie worden alle dimensies van de mens aangesproken en dus ook de lichamelijke dimensie (naast de emotionele, gedragsmatige, cognitieve, sociale en spirituele dimensie).

Aandacht voor het lichamelijk ervaren kan een belangrijk middel zijn. Door de aandacht te richten op het lichamelijk gewaarworden, gebeuren er namelijk een aantal dingen:
De cliënt gaat van naar-buiten-gerichte-aandacht naar naar-binnen-gerichte-aandacht. Dit is een belangrijk onderdeel van de Humagination-procedure binnen de Integratieve Psychotherapie, waarin de cliënt zich richt op zijn innerlijke beeldenwereld. De gedachtestroom wordt hierdoor afgeremd en de cliënt komt meer in het hier-en-nu. Symbolische beelden ontstaan, waar vervolgens mee gewerkt kan worden.
Emoties worden gevoeld en kunnen geuit worden.

Voorbeeld uit de praktijk
Ter illustratie een voorbeeldsessie uit de praktijk: in deze sessie wil cliënte er aan werken dat ze op momenten van zich bekeken voelen dichtklapt en ‘het niet meer weet’. Uit anamnese en eerdere sessies is een aantal traumatische ervaringen uit de vroege jeugd naar voren gekomen.

Ik begin met te vragen naar een concreet voorbeeld van zo’n moment dat haar nog helder voor de geest staat en nodig haar uit zich voor te stellen dat ze zich weer in deze situatie bevindt. Door verder door te vragen op de details van wat ze waarneemt (ziet, hoort, doet, voelt) wordt de herinnering levendiger. Dan vraag ik haar de aandacht te richten op wat ze in haar lichaam waarneemt. Ze vertelt dat ze een angstig, onrustig gevoel heeft op de borst en spanning rond de keel en kaken. Het sterkst zijn de sensaties rond het borstgebied, dus vraag ik haar daar op in te zoomen. Vrij snel daarna merkt ze op dat ze haar aandacht er niet bij kan houden en weer ‘in het hoofd’ gaat.   

Dit zie je vaker gebeuren in sessies en kan gezien worden als een onbewust beschermingsmechanisme tegen het onprettige gevoel en de pijn die daar mogelijk onder zit. Door de cliënt op zulke momenten contact te laten maken met al bestaande krachtbronnen, kan ze zich sterk genoeg voelen om het probleemgebied verder te onderzoeken.

Dus vraag ik haar op zoek te gaan naar een plek in haar lichaam waar het prettig of in ieder geval neutraal voelt. Dit duurt een tijdje, maar uiteindelijk zegt ze: “mijn voeten”. Ze ervaart daar een prettige warmte en de voeten voelen groot en stevig aan. Op de vraag wat ze kan met zulke grote en stevige voeten kan antwoordt ze: ‘Mijn plek innemen en als nodig me uit de voeten maken.” Bij dit idee voelt ze zich veilig.
Nu ze deze krachtbron en veiligheid heeft gevonden, vraag ik haar hoe het nu is met haar borst. Ze merkt dat ze daar niet bij kan komen omdat een kramp in haar bovenbenen zoveel pijn doet dat het alle aandacht trekt.

Werken in het moment
In het proces ga ik er altijd vanuit dat wat zich op dat moment laat zien, kennelijk belangrijk is, ook al weten cliënt en ik nog niet precies waarom. Het onbewuste van de cliënt weet het, kan het en doet het en dat volgen we. In dit geval maakt het onbewuste zich kenbaar via het lichaam, maar dat kan ook in beelden zijn.

Dus vraag ik door naar de kramp. Kramp is een aanspannen van spieren en spieren zetten het lichaam in beweging. Herkent ze een aanzet tot bewegen in deze kramp? Ze voelt dat haar benen willen schudden en ik vraag haar deze beweging langzaam, gecontroleerd en heel aandachtig een aantal keren uit te voeren. Terwijl ze hiermee bezig is, zie ik haar hele lichaam ontspannen en de tranen stromen over haar wangen. Ze realiseert zich ineens dat ze zich nooit werkelijk ontspant, dat het niet veilig voelt zich te ontspannen. Als ik haar vraag of het zo kan zijn dat het tóen niet veilig was, maar nu wel, geeft ze een diepe zucht en antwoordt volmondig: ”Ja!”

En met deze ervaring is een belangrijke stap gezet. Om dit verder te verankeren  vraag ik haar of ze een beeld heeft bij dit gevoel. Het is het beeld van een grote boom, stevig geworteld in de aarde. Hiermee gaat ze nogmaals in gedachten naar de begin situatie en merkt dat ze zich nu rustig en zelfverzekerd blijft voelen.

Renée van Steenderen, april 2013

Nieuwsbrief ontvangen?

Nederlandse Academie
voor Psychotherapie

Andreas Schelfhoutstraat 48
1058 HV Amsterdam
T: 020 - 615 04 94