Een goede psychotherapeut
Open dag: zaterdag 9 maart 2013
Visie op de therapeut: het menselijke als dè therapeutische factor
Uit het wetenschappelijk onderzoek van de laatste jaren blijkt dat ervaren therapeuten niet effectiever zijn dan onervaren therapeuten en dat minder hoog gekwalificeerde therapeuten (de zogenoemde paraprofessionals) het niet slechter doen dan erkende psychotherapeuten. Het tegenovergestelde is misschien wel waar: er is geen onderzoek waarin de professionals het beter doen (Beutler, Machado, & Alstetter Neufelt, 1994).
En er zijn meer opmerkelijke uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van psychotherapie: Zo veronderstelde men dat het niveau van opleiding en de ervaring van de therapeut een positieve invloed hebben op zijn professionele bekwaamheid, maar onderzoeksmatig is dat moeilijk aan te tonen (Beutler e.a.1994). Sommige onderzoekers komen tot de onthutsende conclusie dat onervaren of niet-professionele hulpverleners even goede en soms zelfs betere resultaten behalen dan ervaren en geschoolde therapeuten (Hattie, Sharpley & Rogers, 1984; Dumont 1991).
Kennelijk draait het in de therapie om andere zaken. De persoonlijke eigenschappen van een therapeut zijn meer beslissend voor de therapieresultaten dan de technieken die zij gebruiken of de therapieoriëntatie waartoe zij behoren (Chrits-Christoph & Mintz 1991; Goldfried e.a. 1990; Luborsky e.a. 1986). Therapeuten met een subjectief gevoel van welbevinden stralen meer zelfvertrouwen uit, wat samengaat met meer vorderingen bij de cliënten (Williams & Chambless 1990). Effectieve therapeuten hebben significant meer zelfkritiek en vragen zich sneller af of ze vergissingen begaan of tekort schieten in hun werk (Williams & Chambless 1990). Therapeuten dragen vooral bij aan de groei van de cliënt wanneer ze het persoonlijk waardensysteem kunnen loslaten en flexibel kunnen communiceren binnen het waardensysteem van de cliënt. (Sternberger1997; Beutler e.a. 1994).

Leissen (1999),beschrijft de succesvolle therapeut en zijn tegenhanger als volgt:
Een effectieve therapeut is te typeren als een persoon die:
-
zowel verbaal als non-verbaal warm ondersteunend en hartelijk aanwezig kan zijn
-
niet klaar staat met oordelen maar zich kan afstemmen op en kan communiceren binnen een andere leefwereld dan de zijne
-
zich persoonlijk kan uiten en weet wanneer dat te doen en helder en eenduidig is in zijn handelingen
-
extreme gevoelens kan tolereren
-
in staat is de aandacht te richten op knelpunten
-
het eigen waardensysteem kan loslaten
-
beschikt over voldoende zelfvertrouwen maar wel zelfkritisch is
-
die in staat is om de cliënt actief te betrekken in de therapie
De tegenpool, de therapeut die het proces niet bevordert:
-
gedraagt zich afstandelijk, heeft moeite met emotionele expressies
-
is dogmatisch en sterk controlerend
-
is vooringenomen
-
is betuttelend, beschuldigend, aanvallend en verwerpend
De conclusie mag worden getrokken dat de opleidingen tot therapeut, die met name waren gericht op theorie en/of technische vaardigheden, te kort schieten om bekwame therapeuten af te leveren. Het gaat in een succesvolle therapie immers meer om de persoon van de therapeut dan om technisch kennen of kunnen. De therapeut gebruikt zichzelf als instrument in de therapie. Daarom zijn de opleidingen van de Nederlandse Academie voor Psychotherapie gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de student, waarbij de menseigenschappen en mensvaardigheden zo centraal staan. Dat is de reden waarom wij spreken van "De mens als therapeut".
"De psychotherapeut die voor elke cliënt een gepersonaliseerde therapie ontwerpt, op diens maat gesneden, aan diens mogelijkheden aangepast, voelt zich als een kunstenaar die zich verwondert over wat er voor zijn ogen als kunstwerk geboren wordt.....
Bij kunst hoort vakkennis; de kunstenaar moet de beschikking hebben over een goed instrumentarium en de nodige knowhow.
En een vakkundig persoon kan anderzijds meer dan eens, tegen zijn principes in maar dankzij zijn intuïtieve soepelheid, een kunstwerk afleveren, gewaarmerkt door kwaliteit". (Cuvelier, 1996)
Klik hier voor de literatuurlijst
De psychotherapeut van de 21e eeuw
Centraal in de therapie staat het uitgangspunt dat de therapeut door middel van zijn gedrag en technieken de cliënt in staat stelt om zelf oplossingen te genereren voor het probleem om de gestelde doelen te behalen. De cliënt is deskundig voor wat betreft de klacht en de oplossingen. Dit betekent dat de therapeut zich minder bezig houdt met de inhoud van de therapie: dit blijft het exclusieve domein van de cliënt. Als het mogelijk en nodig is om de cliënt met het probleem te confronteren opdat deze het kan aanpakken en oplossen, dan zal de therapeut hierin meer sturend zijn. Anders geformuleerd: de therapeut is met name directief op het proces van de therapie.
Maar de inhoud van het probleem, de wijze van aanpakken en de verschillende oplossingsmogelijkheden worden door de cliënt zelf gegenereerd. De cliënt neemt een actieve positie in en draagt verantwoordelijkheid over de relatie met de therapeut en over de uitkomst van de therapie. De relatie tussen therapeut en cliënt is zo ver als mogelijk gebaseerd op het principe van gelijkwaardigheid.
Aan begin van deze nieuwe eeuw wordt duidelijk wat het profiel van de moderne psychotherapeut dient te worden. Een uitgebreide lijst van competenties op kennis, vaardigheden en attitude niveau komt ruim aan bod in de opleidingen.
Hieronder staat beknopt een opsomming van een aantal algemene competenties, gebaseerd op research en effectonderzoek, op het vlak van praktische vaardigheden:
-
De therapeut werkt integratief
-
De psychische, bio-somatische en sociale dimensies van de cliënt worden als een totaliteit geaccepteerd.
-
De therapeut is breed georiënteerd
-
De therapeut is breed georiënteerd en schooloverstijgend in het denken en handelen.
-
De therapeut is een efficiënte communicator
-
De therapeut weet op elk moment wat hij wil bereiken want de therapie is onderverdeeld in een logische volgorde van subdoelen.
-
De therapeut heeft gevoel voor maatschappelijk gebeurtenissen
-
De therapeut weet "voeling" te houden met wat er in de wisselwerking tussen individu en samenleving speelt aan vragen, behoeften, ontwikkelingen, eisen, omstandigheden, etc. en weet daar met het therapieaanbod op in te spelen.
-
De therapeut is professioneel in de relatie
-
De therapeut is in staat om een gelijkwaardige werkrelatie met de cliënt aan te gaan, te onderhouden en af te bouwen en weet de cliënt actief in de therapie te betrekken. De therapeut weet een onderscheid te maken tussen privé en professioneel gebied. In de rol van therapeut weet hij hulpbronnen uit beide gebieden in te zetten in de therapie.
-
De therapeut is in staat tot het uitvoeren van ‘basistherapie’ (ook wel 'prétherapie' genoemd)
-
De therapeut is in staat om de zogenoemde basistherapie, bestaande uit de ‘gemeenschappelijke factoren therapie’ uit te voeren en het placebo-effect optimaal te benutten.
-
De therapeut is cliënt- en servicegericht
-
De therapeut kan vraaggestuurde zorg aanbieden door middel van een diagnose- en een behandelplan-op-maat en kan zowel oplossings- en klachtgericht werken.
-
De therapeut vertrekt vanuit een cliëntgerichte basishouding en is in staat om een kortdurende en integratieve therapie neer te zetten, gebaseerd op research en effectonderzoek.
-
De therapeut kan samenwerken
-
De therapeut werkt complementair: hij weet door te verwijzen naar andere collega’s in geval van tekortschieten van de eigen mogelijkheden of wanneer er een noodzakelijke aanvulling vereist is. De therapeut kan zowel in een zelfstandige praktijk als in instellingen werken.
-
De therapeut is meer dan een therapeut
-
Om in te kunnen spelen op de vraag en behoefte van de cliënt beschikt de therapeut over vaardigheden in de rol van: trainer, coach, mediator en counselor.
-
De therapeut is groeicompetent
-
De therapeut is in staat om de eigen competenties blijvend te ontwikkelen.
-
In de opleiding komen bovenstaande zaken stap voor stap aan de orde. U gaat op uw eigen manier aan de slag om deze, en vele andere competenties te ontwikkelen.
Competentiegericht leren
Het onderwijsprogramma is gericht op het verwerven van de vereiste competenties. De Academie wil allerlei leermiddelen aanreiken opdat u zich de competenties eigen kunt maken. Ter illustratie van deze werkwijze worden de basiscompetenties (naar: Schaap, 2000) aangegeven, en vervolgens de leermiddelen in de vorm van de basisvaardigheden weergegeven. Dus eerst het doel, daarna de voor u geselecteerde leermiddelen.
Het doel: competenties in basisvaardigheden
1. Verhogen van de attractiviteit van de therapeut
- De therapeut accepteert de cliënt zoals deze is en neemt de cliënt en zijn klachten serieus.
- De therapeut behandelt de cliënt in overeenstemming met de geldende omgangsregels binnen de cultuur op respectvolle, beleefde en hoffelijke wijze.
- De therapeut is empathisch, geïnteresseerd in en begaan met de cliënt. Dit uit zich zowel in zijn aandachtig luisteren als in het feit dat hij meegaat in de emoties, de ideeën en het woordgebruik van de cliënt.
2. Benadrukken van de deskundigheid
- De therapeut wekt een competente, deskundige en betrouwbare indruk.
- Door het bekwame en zelfverzekerde optreden van de therapeut krijgt de cliënt hoop dat deze hulpverlener hem helpen kan de problemen op te lossen. De therapeut wordt helende krachten toegeschreven.
- Het vertrouwen in de therapeut kan als een van de meest essentiële motivatiefactoren gezien worden. Het zijn de cliënt met zijn problemen en de therapeut met zijn deskundigheid die het motiverende effect van het "vertrouwen in de therapeut" in het middelpunt van de therapie plaatsen.
- De therapeut geeft geloofwaardige verklaringen voor de problemen van de cliënt en een logische hieruit voortvloeiende verklaring voor het werkzame principe van de therapeutische behandeling.
- De therapeut geeft informatie. Aan het begin van de therapie geeft de therapeut informatie aan de cliënt over de therapie over zijn werkwijze en over de cliënt- en therapeutrol.
3. Helpen met het veranderingsproces
-
De therapeut stemt zijn therapieplannen en de wijze waarop hij ze aan de cliënt presenteert af op de behoeften en voorkeuren van de cliënt.
-
De therapeut maakt het veranderingsproces en het doel van de veranderingsprocedure aantrekkelijk voor de cliënt. Op deze wijze kan de weerstand van de cliënt tegen het veranderingsproces gereduceerd worden.
-
De therapeut biedt hulp. De therapeut helpt de cliënt met het hanteerbaar maken van de problemen en met de wijze waarop deze op adequate wijze met de problemen om kan gaan.
4. Het vestigen van een werkrelatie
- De therapeut zet de cliënt aan tot een actieve en participerende houding ten opzichte van de therapie of specifieke opdrachten.
- De therapeut oefent druk uit op de cliënt om deze tot iets aan te zetten of schept door afspraken een situatie waarin de cliënt zich verplicht voelt zich aan de afspraken te houden.
- De cliënt wordt aangezet tot een positieve of participerende houding ten opzichte van de therapie of specifieke huiswerkopdrachten doordat de partner of een andere relevante persoon ingeschakeld wordt om de cliënt bij te staan of eventueel te controleren.
5. Utiliseren van de weerstand
- De therapeut gaat op zodanige wijze om met non-coöperatief gedrag van de cliënt, dat het interactiepatroon, waarvan de cliënt zich bedient, doorbroken raakt of toch op nuttige wijze gebruikt wordt.
- Doelbewust verandert de therapeut zijn rol als overtuigende therapeut, verscherpt deze rol (autoritair) of vermijdt deze rol nog langer te spelen. Door wijzigingen in deze status-dimensie van de therapeutische relatie aan te brengen, verandert ook de rol van de cliënt.
(Prof.dr C.P.D.R. Schaap (2000). Psychotherapie als motiveringstechniek en interactioneel spel. In: Integratie en differentiatie in de psychotherapie. Cure & Care publishers, Zeist)
Tijdens de studie gaat u aan de hand van bovenstaande lijst na over welke basis competenties u al beschikt en welk competenties nog verdere ontwikkeling verlangen. Dit formuleert u in een 'leerdoel basiscompetenties'. U krijgt in de opleiding verschillende leermiddelen aangereikt, zoals de onderstaande basistechnieken. Hiermee kunt uw leerdoel verwezenlijken. Aan het eind van de opleiding dient u met behulp van uw portfolio aan te tonen dat u over de vereiste competenties beschikt.

